ORKNEYS

31 07 2012

Cape Wrath-1  To the Orkneys aanloop Hoy-1  aanloop Hoy-2  Old man of Hoy and Northlink Ferry Stromness aanloop Stromness harbour-1  Ferry Inn Stromness hbr, the best ales Kirkwall cathedral-1 Kirkwall cathedral-2 Kirkwal Cathedral - Royal Oak memorial Kirkwall cathedral- John Rae memorial

Van Stornoway naar Kinlochbervie op het Schotse vasteland, net onder Cape Wrath, de kaap die we moeten ronden als we ‘bovenlangs Schotland’ en naar de Orkneys willen varen. De ‘overtocht’van ca 40 zeemijl liep soepel met soms te weinig wind om te zeilen maar wel een steeds meer merkbare oceaandeining omdat we uit de beschutting van Lewis kwamen en de Atlantic rechtstreeks naar de noordpunt van Schotland rolt.
Kinlochbervie is een met EU-geld ontwikkelde vissershaven waar ze met dat geld ook maar een drijvende steiger voor jachten neergelegd hebben en in de visafslag een douche, toiletten en een wasmachine hebben geïnstalleerd. Het enige plaatselijke hotel heeft wel prima vis en chips, verder is er weinig te beleven. Maandagochtend waren de wind en het getij goed en de vooruitzichten ook, dus waren we om 0500 uur varende richting Cape Wrath, met de wind dwars in uit het westen. Het was zwaar bewolkt met flinke regenbuien en de kaap zag er dreigend uit. Maar de stroom liep volgens plan mee ondanks een zeilend Duits echtpaar dat ’s nachts naast ons lag en zei dat we op het verkeerde moment vertrokken en zij konden het weten want ze voeren hier al tien jaar rond en keken niet eens meer in de nautical almanak. De stroom trok zich daar echter niets van aan en deed wat wij graag wilden. Eenmaal rond de beroemde en beruchte kaap (de naam is overigens minder dreigend dan hij klinkt want in oud Vikings betekent het alleen maar ‘de kaap om te draaien’) werd het weer snel beter en zetten wij koers naar de Hoy Mouth, de oostelijke ingang van Scapa Flow, de grote binnenzee en voormalige marinebasis tussen de Orkney eilanden. De wind was grillig qua sterkte en liet het af en toe afweten maar een groot deel van het traject konden we zeilen met uitgeboomde kluiver en het grootzeil op de bulletalie. Zeehonden en dolfijnen vermaakten ons en eind van de middag liepen we de westkust van de Orkneys aan, zeer indrukwekkend met de ruim 400 meter hoge en steile kliffen van Hoy en daarvoor ook nog de enorme rotspilaar (137 meter hoog) die de naam ‘Old Man of Hoy’ draagt. De veerboot van Stromness naar Scrabster vv was zo aardig er vlak voor langs te varen zodat de verhoudingen op de foto goed te zien zijn. Om 1830 uur lagen we vast in de kleine marina van Stromness, welkom geheten door bekende NVvT’r Jan Jaap Radius die hier met zijn zeiljacht ‘Joy’ ook was binnengelopen. Hij maakte mij nog even jaloers met zijn verhaal over een bezoek aan St Kilda, het meest ver in de Atlantic gelegen eiland van de Hebriden waarover ik net het boek van Tom Steele had gelezen – ‘Life and Death on St Kilda’ – een boeiende beschrijving van het harde leven op de barre eiland en de min of meer gedwongen evacuatie van de bevolking in 1930. Vele restanten van honderden jaren bewoning zijn nog steeds te zien op het eiland ondanks het na WO II ingericht te zijn als radar- en volgstation voor militaire raketten. Wellicht iets voor een volgend bezoek aan de Schotse westkust.
In Stromness bleek dat alle huurauto’s op het eiland voor de komende dagen reeds waren geboekt voor de passagiers van (vooral) de QE II, het grootste passagiersschip van rederij Cunard dat op de rede van Kirkwall, de hoofdstad van de Orkneys, voor anker lag. Derhalve met de bus naar Kirkwall en daar naar het VVV om de alternatieven te onderzoeken. Die zijn er en morgen gaan we met de hop-on-hop-off bus het eiland rond. De middag is verder besteed aan een bezoek aan de indrukwekkende cathedraal van Kirkwall (1135), waar we o.a. ook het memorial voor de bemanning van de Royal Oak zagen (slagschip dat in oktober 1939 door de U-47 in Scapa Flow is getorpedeerd waarbij ruim 800 bemanningsleden omkwamen) en het graf van John Rae, de arts-ontdekkingsreiziger die het raadsel van de verloren Franklin-poolexpeditie oploste en uiteindelijk ook de definitieve route voor de noordwestelijke doorvaart boven Canada wist te bepalen. Wordt vervolgd!

From Stornoway to Kinlochbervie on the Scottish mainland coast below Cape Wrath, the cape we have to round when sailing to the Orkneys (‘over the top’ is the popular expression). The crossing of around 40 NM went smooth with sometimes not enough wind to sail and an increasing ocean swell when the protection from Lewis disappeared. Kinlochbervie is an EU-funded fishing port and the money apparently also allowed for a yacht pontoon plus a shower, toilet and laundry inside the buildings of the fishery operations. There is a local hotel with good food and drinks, and that’s about it. We left Monday morning around 5 AM with a decent wind and weather forecast, the tide serving. This was disputed by a German couple that rafted up with us and claimed to know it all as they already sailed the area for 10 years. They did not use the nautical almanac any more they said. A mistake as we had the tide under us and made a speedy rounding of the cape (the name is derived from the Vikings and not as gloomy as it appears; the Vikings named it ‘the turning point’ and Wrath is the word for that). Once around the cape the weather became quite pleasant, the sky becoming blue overall. The wind was a bit variable and weak but we managed to sail most of the this leg with a poled out Yankee and a preventer to tame the mainsail. Seals and dolphins amused us from time to time and at the end of the afternoon we approached Hoy Mouth, the western entrance to Scapa Flow, the big bay surrounded by the Orkney Isles and a former (WO I and WO II) naval base. Hoy is an impressive sight with the high cliffs (over 400 meters) and in particular the huge (137 meters) freestanding pinnacle ‘Old Man of Hoy’ made this an interesting landfall. The big passenger ferry Stromness-Scrabster obliged us by passing in front of the pinnacle allowing for a picture that nicely shows the dimensions. Around 1830 hr we tied up in Stromness marina, the approach being spiced by a 6-knot tide that flushed us towards our destination. A well known fellow Dutch Cruising Association member welcomed us on the pontoon and later on told me that he also had visited St Kilda, the outermost island of the Hebrides and famous because of its special history, recently narrated by Tom Steele in his book ‘Life and Death on St Kilda’. In Stromness we learned that all rental cars were booked because of the visits of several cruise ships (the QE II included) and so we travelled by bus to Kirkwall, the capital to look at alternatives. The Tourist office kindly recommended a tour using the hop-on-hop-off travel service and that is for tomorrow. The afternoon was spent in Kirkwall with a visit to the magnificent cathedral (1135) Amongst others we saw the Royal Oak memorial (for the victims of the WO II disaster when U-47 penetrated Scapa Flow in October 1939 and sunk the battleship, taking over 800 lives) and also the grave of John Rae, MD and arctic explorer, who solved the mystery of the lost Franklin expedition and found the last part in the puzzle to complete the NW-route between the Atlantic and the Pacific. To be continued!





LEWIS

27 07 2012

Westside Agricultural Fair-1 West Coast Westside Agricultural Fair-2  Westside Agricultural Fair-6  Westside Agricultural Fair-7  Westside Agricultural Fair-8 Black House Arnol-1   Broch An Dun-2  Standing Stones of Calanais-1

Nog een kleine nabrander. Vandaag een toeristisch tochtje over het eiland met een huurauto in de stromende regen bij een temperatuur van 11 graden Celsius. Eerst naar de aanbevolen Westside Agricultural show waar we de striemende regen ontweken in de diverse tenten en tussen de buien door het buitengebeuren bekeken inclusief de westkust. De jeugd was niet te stuiten in de diverse kermisattracties. De tentoonstelling van oogstprijzen en ook van borduurwerk was vertederend. Voort 3 pond kregen we een high tea, sandwiches en soep er bij cadeau. Vervolgens naar Arnol voor het historische Black House, een replica van de onderkomens uit de middeleeuwen. In Carloway zagen we een ander type huis uit de historie, de Broch, een grotendeels stenen meerverdiepingen familiehuis. het was op dat moment niet mogelijk in de slagregen buiten foto’s te maken, dus deden we dat maar in de tentoonstellingsruimte! Daarna op zoek naar het Stonehenge van Lewis, de Calanais Stones, even indrukwekkend en mysterious. Moeilijk voor te stellen hoe mensen 5000 jaar geleden deze stenen zo degelijk konden opstellen dat ze nu nog staan.

A supplement to our last narrative. Today we rented a car and drove around the island, it was raining cats and dogs and the temperature was 11 degrees Celsius. First we visited the Westcoast Agricultural Fair, hiding in the marquee exhibition area when it was raining and popping outside to see the horses, cows, sheep and modern merrygorounds and the Atlantic Ocean. The exhibition of prizewinning crops and needlework was endearing. A high tea and lunch was served for just 3 pounds. Next we went to the Arnol Blackhouse, a replica of the medieval housing on the island. We also visited another – older – kind of family house, The Broch of An Dun, a mostly stonewalled family stronghold. The weather was that inclement that we stayed inside the exhibition building and took pictures there! Lastly we visited the famous Calanais Standing Stones, a kind of Stonehenge, just as impressing and puzzling. Calanais is probably older en it’s difficult to comprehend how people could raise those massives stones still standing 5000 years later





STORNOWAY

27 07 2012

Cape ardnamurchan  Duisdale-1   Duisdale-4 Duisdale-5 Kyle Rhea-1  Portree-4 Portree-3 Portree-2   Kyle of Lochailsh bridge-1    Shiants-3  Stornoway-2

De trip naar Isle Ornsay verliep voorspoedig, het grootste deel konden we zeilen met langzamerhand een steeds meer voor de windse koers waarbij het passaattuig weer eens dienst deed. De ronding van Cape Ardnamurchan was indrukwekkend en deed denken aan Kaap Finisterre in 2010. Bij Isle Ornsay kozen we voor een meerboei bij het Duisdale hotel en na opblazen van de bijboot en deze voorzien van de buitenboordmotor togen we naar het stijlvolle hotel om kennis te maken en nog een drankje te nuttigen. De volgende ochtend namen we er een douche met een kopje thee en rond 0900 maakten we los van de mooring om op tijd door een van de beroemde en beruchte tijvensters van Schotland te varen, de Kyle of Lochailsh waarvan de Kyle Rhea, het nauwste stuk, het spannendste is. We werden niet teleurgesteld, met bijna 12 knopen grondsnelheid spoelden we er door en konden even later onder de 30 meter hoge brug bij de Kyle of Lochailsh zelf door varen. Daarna was het even doormotoren in het windstille weer naar Portree, de hoofdstad van Skye zelf.
Wederom een mooring en met de bijboot naar de kant. Een leuk plaatsje met ook weer Engelse trekjes. We verlieten het desondanks op donderdagmorgen voor de volgende bestemming: Stornoway op het eiland Lewis, de grootste van de Outer Hebrides. In aanvankelijk windstil weer voeren we langs Skye en kwamen daarna in de Minch, het zeegebied tussen de buitenhebriden en het Schotse vasteland. We passeerden op korte afstand een bijzondere eilandengroep – de Shiants – bekend van het boek van de eigenaar Adam Nicolson, die het eiland van zijn vader Nigel als erfenis had verkregen. Zijn vader had de eilandengroep in 1937 voor 1400 pond gekocht, maar zijn zoon had er een passie voor ontwikkeld. De emotionele band wordt duidelijk als je zijn boek ‘Sea Room’ gelezen hebt. Inmiddels is het eigendom overgegaan naar de derde generatie NIcolsons. Deze geschiedenis maakte het passeren van de Shiants zeker interessant! Als beloning kregen we snel daarna 15 knopen SW wind, een traktatie waarmee we meer dan 6 knopen liepen en rond 1700 uur Stornoway aanliepen. De havendienst wist nog een plekje voor ons aan de kleine botensteiger te vinden en was zeer behulpzaam. Een stevige borrel en een Fish & Chips besloten de dag.

The trip to Isle Ornsay (Skye – Sound of Sleat) went smooth, most of the time there was enough wind to sail and the trade wind rig served us again. The rounding of Cape Arnamurchan was impressive, revoking memories of rounding Cape Finisterre in 2010. Upon arrival at Isle Ornsay we choose for a visitor’s mooring in front of the Duisdale hotel and with the inflated tender and outboard engine we paid them a visit to get acquainted and taste the whisky. The following morning we returned for a luxury shower and a cup of breakfast tea and left for our next destination around 0900 hrs. This was in time for the passage of one of Scotland’s famous tidal gates, the Kyle of Lochailsh of which the narrowest part – called Kyle Rhea – was the most exciting. We flushed trough it with around 12 knots speed-over-ground en not much later we passed under the 30 meter high road bridge Kyle of Lochailsh itself. In windless weather we pushed on to Portree, Skyes capital, a well sheltered English style little harbour and picked up a mooring buoy around 1500 hrs.
Thursday morning we left for Stornoway (Isle of Lewis), the northernmost harbour of the Outer Hebrides and a good starting point for our next leg towards the Orkneys. Initially there was no wind at all so we motored on. Halfway we passed the Shiant archipelago, knowing that these island were privately owned by a family called Nicolson, acquired in 1937 for the princely sum of 1400 pounds. Adam Nicolson, 2nd generation owner, wrote an interesting book – called ‘Sea Room’- about the islands also showing the passion he developed over time for his inheritance. Having read the book made the passage of the islands definitely more interesting! As a reward the wind picked up with a nice SW 4, allowing for a speedy sail to Stornoway. Around 1700 hrs we entered the outer harbour and were directed to the last free spot on the small floating pontoon. We concluded the day with drinks and a genuine fish-and-chips dinner.





TOBERMORY

24 07 2012

Waverley-1 Waverley-2   CC lock work-2 Crinan Basin Crinan Boatyard-a real Puffer!   In the muck-3 Tobermory-1 Tobermory-2  Tobermory-4

We zijn een paar dagen verder en in die tijd is de bemanning gewisseld via Glasgow airport: Arga is weer thuis en Marius, die ook in 2009 in de Oostzee aan boord was, is weer deel van de bemanning. Op zaterdagmiddag waren we om 1500 uur weer terug aan boord en besloten – gelet op het weerbericht met harde wind en regen de volgende dag – direct te vertrekken naar Tarbert, via deze keer West en East Kyle, de binnenroute dus. Onderweg kwamen we nog de prachtige stoomraderboot de Waverley tegen. Om 2100 ’s avonds lagen we vast en de volgende ochtend werden we met harde wind achter naar Ardrishaig geblazen, alwaar we weer snel het Crinan kanaal ingeschut werden. Na een dag hard werken, waarbij Marius het meeste sluiswerk voor zijn rekening nam, meerden we af in het Basin bij de Crinan zeesluis. Een dram Whisky en een prima diner in het plaatselijke hotel besloten een bijzondere dag die eindigde in een permanente regenbui. Het tentje over de kuip en de boordkachel maakten veel goed. De maandag hadden we geen haast; omdat we door twee tidal gates – Dorus Mor en Sound of Luing – moesten had het geen zin vroeg te vertrekken. Om 1300 lagen we in de sluis en vanaf dat moment zaten we in de regen die aanhield – evenals de mist – totdat we bij de ingang van de Sound of Mull kwamen. Toen kwam er ook wind en konden we weer even zeilen, een verademing na het dieselgebrom in de ‘muck’. Een paar uur later meerden we af in het haventje van Tobermory aan de noordkant van Mull. Het laatste vrije plekje aan de ponton leverde nog een aardige discussie op met een Franse diepstekende boot die tegenover ons lag en graag wilde ruilen omdat bij laagwater zijn kiel op de rotsen zou zitten. Voor ons geen probleem zei hij en of we maar van plek konden ruilen, hij had het gecheckt. Dat hebben we toen zelf ook maar even gedaan en geconstateerd dat het te mooi was om waar te zijn, wij lagen goed en hij had een probleem dat we niet tot het onze wilden maken. Morgen naar Skye/Isle Ornsay, het hotel en de special Whisky store trekken. Het wordt weer eens ankeren en de bijboot opblazen maar dat hebben we er graag voor over……..

It’s now the 23rd of July and in the meantime a crew change was effectuated via Glasgow airport; Arga went home and Marius – also part of the crew in the Baltics in 2009 – joined Gateway. Back on board around 1500 hrs on Saturday and picking up a not-so-nice weather forecast for Sunday made us decide to leave for Tarbert straight away. This time we took the pleasant inner route via East and West Kyle and moored around 2100 hrs in the by now familiar marina. On the way we met the beautiful steam paddlewheeler the Waveley. Sunday morning we were blown by a strong wind up Lower Loch Fyne and were speedily processed through the Ardrishaig sealock. The Crinan canal took us all day, most of the lock operations were performed by Marius in close cooperation with some crew members of ‘Happy Now’, an English yacht that transited in close company with us. At the end of (a very rainy) the transit we moored in the Crinan Basin and treated ourselves to a good shot of Single Malt and a decent dinner in the Crinan Hotel that overlooks the basin, putting up the cockpit tent and firing up the heater when back on board to call it a day.
Sunday around 1300 hrs we locked out and passed the Dorus Mor and Sound of Luing tidal gates with a favorable tide. The weather was less favorable, no wind but lots of rain and fog. Not before we were approaching the Sound of Mull did the rain disappear and the wind pick up, allowing for a pleasant upwind sail for an hour or so. In the Sound of Mull we motorsailed for a couple of hours and finally tied up at the last vacant spot of the new pontoon at Tobermory. This triggered a discussion with a yacht on the opposite side of the pontoon who was anxious to trade places when learning our draft was only 5 ft. He was drawing much more and we would be OK when trading places, he had already checked all relevant details. We kindly declined the offer having checked the depths and tidal range ourselves, trading places would have put us on the hard……
Tomorrow (Tuesday 24/6) we aim for Eilean Ornsay in the Sound of Sleat, with its famous Malt Whisky store, sheltered anchorage and friendly hotel, no doubt a worthwhile visit!





GLASGOW

19 07 2012

Arran clyde Kip Marina 1 Kip Marina 2 Glasgow-1 Glasgow-2 Glasgow-11 Glasgow-13 Glasgow-12  Glasgow-14  Glasgow-16

Van Tarbert zeilden we richting de Clyde rondom the Isle of Bute, de Firth of Clyde van het zuiden aanlopend. Konden we aanvankelijk nog zeilen in droog en tamelijk helder weer en het grote eiland Arran bewonderen, na het ronden van Garroch Head, de zuidpunt van Bute, trok het helemaal dicht van de mist, viel de wind weg en begon het druilerig te regenen. De motor moest bij en de AIS en de radar scherp in de gaten worden gehouden op dit drukke vaarwater waar grote vrachtschepen en ferry’s varen, het zicht was maar zo’n 100 meter. We liepen in de ‘muck’ de haven van Inverkip (Kip Marina) aan en kregen na enige Schotse verwarring over de gebruikte marifoonkanalen een plekje aan de gastensteiger, daarbij geholpen door een overijverige local die een landvast aanpakte en vervolgens met alle macht naar zich toetrok, de aanlegmanoeuvre ietwat bemoeilijkend. Een snel bedankje voorkwam erger en tevreden ging hij weer aan boord van zijn eigen boot. Vanwege het weer trokken we ons snel terug in de kajuit met snorrende kachel, geurende whisky en een selectie uit onze ruime boordbibliotheek.
De volgende dag – die ook ruim van miezerige regen – nu met harde wind en een lage temperatuur was voorzien – werd min of meer vergelijkbaar doorgebracht behoudens een kleine expeditie naar het nabije plaatsje Inverkip zelf waar een Scotrail station is vanwaar in ca 40 minuten het vliegveld of de stad zelf bereikt kan worden. Ook bekeken we even het bijzondere houtsnijwerk bij de marina ingang alwaar een wanhopige eigenaar zijn nieuwe Canadese kano bekijkt waarmee iets mis is gegaan tijdens de bouw.
Donderdag klaarde het ietwat op en zijn we per trein naar Glasgow geweest voor een stadswandeling en pubbezoek. In de beroemde Pot Still – een creche voor mannen – poseerde Arga voor de bar. In de grote winkelstraat beluisterden we doedelzakmuziek en natuurlijk wierpen we een blik op de Clyde die hier nog maar een bescheiden rivier is.

From Tarbert we left for the Clyde, sailing around the Isle of Bute. During the run to the south we had a reasonable wind and dry albeit overcast weather but when we rounded Garroch Head and changed course in a N-ly direction it started to rain and the visibility was reduced to less than 100 meters. With AIS and radar we managed to avoid the busy big ship traffic and decided to enter the hbr of Inverkip (Kip Marina), appearing out of the muck only when we were entering the buoyed entrance channel. Following some VHF discussion we were directed to the visitor’s pontoon and assisted by an overzealous local who when in control of one of our warps pulled it in with all his might, spoiling an otherwise smooth berthing maneuver. A quick word of appreciation prevented further efforts and apparently content with himself he disappeared in the cabin of his own yacht. In view of the lousy weather we quickly retreated in Gateway’s cabin, firing up the Taylors heater and tasting a dram of single malt, a pleasant way to read from our onboard library. The next day – same weather but now colder and quite windy – we spent most of the time in the same way but for a quick outing to Inverkip proper,also to check the railway connection with the city and with the airport, both being within 40 minutes travel time. On the way back to the yacht we took a picture of the peculiar woodsculpture at the marina entrance, clearly showing the owner of a new Canadian canoe in despair about the builder’s mistake when reading the blueprint incorrectly.
Thursday the weather improved a bit and we travelled by train to Glasgow for a city walk and of course a pub visit. In the famous Pot Still Arga volunteered for a picture. In Buchanan street we enjoyed bagpipe music and of course we also did take a look at the river Clyde, a more modest affair upstream.





CRINAN CANAL

16 07 2012

Crinan Canal narrow stretch Dunardry locks Crinan Canal Dunardry locks flight Crinan Canal Dunardry summit lock proof!  diy locks-1 diy locks-2  Leaving Adrishaig-Loch Fyne side of crinan canal tarbert-2 Drascombe reunion   Tarbert Harbour with Tarbert Castle Tarbert Marina

Van Islay zeilden we met het vanaf 0600 uur inkomende getij naar Adfern aan het prachtige en rustige Loch Craignish. Wederom liet de wind het deels afweten maar het weer bleef wel aardig zonnig en de natuur was weer prachtig. In Adfern wilden we een nieuwe acculader aanschaffen, het stukje high tech dat het rond de Atlantic goed had gedaan had opeens de geest gegeven en dreigde de accu’s op te blazen. Na een middagje sleutelen was een nieuwe Engelse lader  gemonteerd en werkte alles weer goed. Achter ons aan de gastenponton lag een splinternieuwe Vancouver 34c – de Taworri –  dus alle aanleiding voor een praatje en een wederzijdse bezichtiging van de boten om te zien wat de verschillen waren. Dat waren er heel weinig, de verbeteringen aan onze boot werden gretig genoteerd en met genoegen  geregistreerd wat je er allemaal mee kan doen. De eigenaar van de Taworri meldde overigens dat hij zijn huis had verkocht en besloten had om op zijn boot te gaan wonen, hij had een vaste ligplaats in Oban.

Het instabiele weer en de vele enthousiaste verhalen van Schotten deden ons besluiten ook het Crinan kanaal aan onze lijst van ervaringen toe te voegen en een kijkje te gaan nemen aan de oostkant van Kintyre en wellicht de Firth of Clyde een stuk op te varen. Rond 1300 uur waren we op zaterdag bij de zeesluis van Crinan en konden direct naar binnen. De werkwijze is weer anders dan in het Caledonian Canal. Hier moet je de landvasten met de lus naar de sluiswachters gooien en nadat ze die om een haak of bolder hebben gelegd de lijn zelf strak houden. Verder wordt je geacht mee te helpen met het openen en sluiten van de handbediende sluisdeuren. Het kanaal is heel smal, in het eerste stuk zijn er zelfs restricties bij tegemoetkomend verkeer en oplopen is geheel uit den boze, de maximum snelheid is 4 knopen. Het kanaal zelf is weer een wonder van 18e en 19e eeuwse ingenieurskunst, uitgegraven en -gehouwen in de periode 1793-1801 om de gevaarlijke route rondom de Mull of Kintyre te elimineren voor de beroepsvaart. Nu voornamelijk een populaire ‘shortcut’ voor jachten op weg naar noord of zuid. Prachtig natuurschoon, vriendelijk en behulpzame sluis- en brugwachters en vele belangstellende toeristen te voet en te fiets langs het kanaal waar het oude jaagpad nu een comfortabele fietsroute is. Totaal 15 sluizen en 7 bruggen over een afstand van ca 10 zeemijl, doorvaarttijd ca 6-7 uur. Wij bleven halverwege liggen bij de sluistrap van Dunardry, zo ongeveer op het hoogste punt. Het totale verval is ca 25 meter op en weer neer. Zondag konden we met enige vertraging verder en in een klein konvooi werkten we ons door de resterende sluizen en bruggen, rond half vier in de middag lagen we in de zeesluis van Adrishaig aan Loch Fyne, ‘Clydeside’ dus. De nabije haven Tarbert was ons door medekanaalvaarders aangeraden als ‘gem’ met  als toetje nog het Classic Boat Festival, dat pas maandagochtend zou opbreken. In  W-wind met vlagen van 22-25 knopen zeilden we langs de kust en meerden 1730 af aan een gloednieuw ponton bij het stadje. Inderdaad een beetje Fowey/Dartmouth-achtig plaatsje, heel leuk. Een snelle ronde langs de classic boats leverde ook wat mooie plaatjes op. De regionale Drascombe club had hier nu ook zijn zomerbijeenkomst, wijlen NL Drascombezeiler nr 1 – Hans Vandersmissen – had dat vast wel mooi gevonden. ’s Avonds op de steiger nog een gesprek met een Schotse familie die in Nederland had gewoond en vertelde dat het tegenwoordig goed mogelijk is in Glasgow zelf af te meren, er zijn meerdere goede aanlegmogelijkheden. We maken vandaag onze mind op over Glasgow of Oban. 

From Islay we left around 6 AM with the ingoing tide for Adfern, a marina and anchorage on the beautiful Loch Craignish. Not for the first time the wind disappeared soon but the weather was fine and the scenery likewise. In Adfern we wanted to procure a new battery charger as our current high tech gadget, having worked perfectly around the Atlantic, threatened to destroy the batteries by a permanent  overcharge mixed with sudden bouts of total inactivity. It took most of the afternoon to replace the charger and when finished a brand new Vancouver 34c (called ‘Taworri’)  tied up behind us, inevitably triggering a lively conversation with the owner who likewise had spotted us. Mutual visits and comparisons were highly satisfactory. In conclusion Taworri’s skipper told us that he liked his yacht that much that he had decided to become a permanent liveaboard, residing in Oban Marina.

The erratic weather forecast and the many encouraging stories of Scottish yachtsmen made us decide to give the Crinan Canal a try. This is the connection between the Sound of Jura and Lower Loch Fyne and would also allow for a look at the Clyde estuary. Saturday around 1300 we entered the Crinan sealock. The tying up procedure differs from the Caledonian Canal, now we had to throw the looped end of the warps to the lockkeepers and pull the lines tight ourselves. You’re also expected to assist in closing and opening the lock doors as most of the locks are still operated in the same way as 200 years ago.  In particular the first part of the canal near Crinan is really narrow and bigger yachts have to wait for one-way transits in  this stretch. Max speed is 4 knots. Also this canal is a masterpiece of late 18th and early 19th century civil engineering. Most of the (manual digging) work was carried out between 1793 and 1801 with several improvements later on, the purpose being to eliminate the dangerous trip around the Mull of Kintyre for commercial traffic. Nowadays the canal is primarily a popular shortcut for yachts going north or south. The scenery is marvellous, the canal staff operating the locks and bridges very friendly and helpful and the many cycling and walking tourists now using the old towpath alongside the canal add to the fun. In total 15 locks and 7 bridges, taking around 7 hours when lucky. We stopped halfway at Dunardry locks, about the summit of the canal with an elevation of around 25 meters. Late Sunday morning we continued our progress now in convoy with two other yachts, a kind of jigsaw in the locks. Around 1530 PM we exited the Adrishaig sealock into Lower Loch Fyne and sailed for nearby Tarbert, a Fowey/Dartmouth like ‘gem’ recommended by Scottish yachtsmen we met in the canal, also because of the Classic Boat Festival there this weekend. Following a fast sail in the 22-24 knots W-ly wind we tied up in Tarbert hbr two hours later. The sky broke and the early evening sun allowed for a pontoon walk to see the Classic Boats, we also noted the regional Drascombe club having their reunion in Tarbert. When talking to a Scottish couple that had lived in Holland some time ago and saw an opportunity to rehearse their Dutch language skills, we learned that it is nowadays possible to sail straight into Glasgow and secure a safe berth, the city center being within walking distance. This made us rethink going back to Oban for the crew change, we’ll make up our mind today.

 





Neptune’s Staircase

12 07 2012